STIP - Stichting Trainingen Infectie Preventie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Homepage

Tweede SFERD middagsymposium

E-mail Afdrukken PDF

Woensdagmiddag 29 september 2010 is de 2de versie van het "kwaliteitshandboek reiniging en desinfectie flexibele endoscopen" gepresenteerd tijdens het symposium “SFERD-kwaliteitshandboek reiniging en desinfectie flexibele endoscopen,
na één jaar de VALIDE praktijkstandaard!” .

Het kwaliteitshandboek is opgesteld door de Stuurgroep Flexibele Endoscopen Reiniging en Desinfectie (SFERD). Deze stuurgroep is sinds vorig jaar uitgebreid en nu samengesteld uit afgevaardigden van de CSC, VDSMH, SEVA, VHIG, VZI, NVKF en de WIBAZ.
De organisatie van het symposium was in handen van STIP.

Zoals bij de presentatie van het SFERD-handboek in 2009 reeds werd aangekondigd heeft het dynamisch karakter ertoe geleid dat het SFERD-handboek 2010 meer verdieping geeft in de validatie van endoscopendesinfectoren en nog meer aansluit bij de praktijk; DOOR en VOOR de praktijk. Tijdens dit 2de symposium is de visie van de SFERD ten aanzien van de validatie toegelicht.

Mw. M. Bilkert-Mooiman, inspecteur IGZ deed in haar presentatie verslag van het IGZ-onderzoek naar de kwaliteit van reiniging en desinfectie van flexibele endoscopen, uitgevoerd in 2009/2010. Het IGZ-rapport ‘Veel verbeterd rondom proces scopen, laatste verbeterslag nodig’ beschrijft de resultaten van dit onderzoek en werd tijdens het SFERD-symposium uitgedeeld aan de deelnemers. Zowel in Bilkerts presentatie als in het IGZ-rapport wordt gewezen op de waarde van het SFERD-handboek; de IGZ ziet dit document als veldnorm en zal het bij haar inspecties gebruiken als leidraad. Bilkert adviseerde de SFERD om in overleg te gaan met de WIP over de items waar nog discrepantie is tussen beiden.

Vervolgens werd door dhr. A. de Bruijn, wetenschappelijk medewerker RIVM zijn visie gegeven over validatie van endodesinfectoren. De Bruijn hield een pleidooi voor de visie van de SFERD over validatie en ziet een belangrijke rol voor de Deskundige Scopen Reiniging en Desinfectie (DSRD) in deze; een rol die ook aanzienlijk veel tijd van de DSRD zal vragen.

De derde spreker was dr. F. Vleggaar, MDL-arts UMCU. In zijn presentatie werden de stappen toegelicht die binnen het UMCU ondernomen zijn op weg naar een centrale scopendesinfectie. Ondanks het feit dat er volgens Vleggaar weinig onderzoek is gedaan naar de kwaliteitsverbetering van centralisatie van scopendesinfectie, sluit hij zich aan bij de visie van de IGZ dat centralisatie wel degelijk een verbetering is van kwaliteit. Deze visie duidt Vleggaar met de uitspraak: “Quality of care, a matter of experience”, waarmee hij de vergelijking maakt met centralisatie van medische ingrepen.

De laatste presentatie van de middag werd gegeven door mw. H. Beaard, directeur NIAZ. Na een duidelijke uiteenzetting over de werkwijze van het NIAZ, licht zij de introductie van Medisch Technische Auditoren toe. Deze auditoren zullen in de toekomst aansluiten bij de NIAZ-visitaties en daarbij toezien op de kwaliteitsborging van medisch apparatuur, waaronder flexibele endoscopen en –desinfectoren. Beaard besluit haar betoog met het verzoek aan de SFERD om het kwaliteitshandboek op te nemen in de NIAZ-onderlaag. In deze onderlaag verwijst het NIAZ naar documenten die als voorbeeld en/of good practice gezien kunnen worden.

Het symposium werd afgesloten met een plenaire terugkoppeling van de workshops. In de workshops discussieerden de deelnemers over een drietal stellingen. In de eerste stelling werd gesteld dat handmatige desinfectie van KNO-scopen niet valide zou zijn. De meerderheid was van mening dat de reproduceerbaarheid van machinale desinfectie beter is. De handmatige methode zoals beschreven in de WIP werd als veilig beschouwd, maar afwijkende procedures werden als foutgevoeliger gezien. Om deze reden zou het goed zijn om discussie te voeren met de WIP over de norm; de horizon zou machinale desinfectie zijn.
De tweede stelling gaf discussie over de waarde van de dummy-scoop. De dummy-scoop werd hierbij gezien als aanvullend hulpmiddel bij de validatie, maar zeker niet als zaligmakend. Het structureel invoeren van een dummy-scoop riep bij de deelnemers nog bedenkingen op. De laatste stelling betrof de kwalificatie van de valideur. Er werd gediscussieerd over de onafhankelijkheid en de kennis van de valideur van verschillende typen machines. Geconcludeerd werd dat er een keurmerk zou moeten komen voor de valideur, waaraan af te lezen is of de valideur gekwalificeerd is.
Er kan met tevredenheid terug gekeken worden op dit 2e SFERD-symposium; de meerderheid van de deelnemers gaf aan voldoende behoefte te zien voor een jaarlijks terugkerend symposium.

 

 

Keurmerken

ISO9001 V&V CRKBO